ECLI:NL:CRVB:2013:1033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gesteld wegens niet tijdig verstrekken gevraagde gegevens
Appellant diende op 15 november 2010 een aanvraag om bijstand in. Het college verzocht hem op 16 november 2010 de aanvraag aan te vullen met specifieke financiële gegevens en bewijs van huurbetalingen vóór 1 december 2010. Appellant verstrekte deze gegevens niet tijdig, waarop het college de aanvraag op 3 december 2010 buiten behandeling stelde.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat hij de gevraagde stukken tijdig per post had verzonden en dat het college het risico draagt van het niet ontvangen van deze stukken. De Raad oordeelde dat het risico van niet ontvangen poststukken bij de afzender ligt, tenzij aangetekend verzonden, en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij de stukken tijdig had verzonden.
De Raad bevestigde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ook het argument dat tijdens de hoorzitting inhoudelijk op de zaak werd ingegaan, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld omdat appellant niet tijdig de gevraagde gegevens heeft verstrekt.