ECLI:NL:CRVB:2013:1051
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding woonruimteaanpassing wegens ontbrekende medische noodzaak
Appellante verzocht om vergoeding voor aanpassing van haar woonruimte op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af omdat de aanpassing niet medisch noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het college zich terecht baseerde op een deskundigenadvies dat de medische noodzaak ontkende. Appellante stelde in hoger beroep dat dit advies onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat haar medische situatie niet correct was weergegeven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het advies onjuist of onzorgvuldig was. De medische situatie was adequaat in kaart gebracht en het hoger beroep was ongegrond. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier S. Aaliouli.
Uitkomst: De vergoeding voor aanpassing van de woonruimte wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.