ECLI:NL:CRVB:2013:1051

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 juli 2013
Publicatiedatum
17 juli 2013
Zaaknummer
10-4333 WMO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding woonruimteaanpassing wegens ontbrekende medische noodzaak

Appellante verzocht om vergoeding voor aanpassing van haar woonruimte op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af omdat de aanpassing niet medisch noodzakelijk werd geacht.

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het college zich terecht baseerde op een deskundigenadvies dat de medische noodzaak ontkende. Appellante stelde in hoger beroep dat dit advies onzorgvuldig tot stand was gekomen en dat haar medische situatie niet correct was weergegeven.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het advies onjuist of onzorgvuldig was. De medische situatie was adequaat in kaart gebracht en het hoger beroep was ongegrond. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier S. Aaliouli.

Uitkomst: De vergoeding voor aanpassing van de woonruimte wordt afgewezen wegens het ontbreken van medische noodzaak.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
10/4333 WMO
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
18 juni 2010, 09/4063 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer van de Raad.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2013. Appellante is niet verschenen. Het college was vertegenwoordigd door mr. J.C. Smit.

OVERWEGINGEN

1.
Bij besluit van 19 augustus 2009 (bestreden besluit) heeft het college gehandhaafd zijn besluit de aanvraag van appellante om vergoeding van aanpassing van haar woonruimte op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning af te wijzen.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe, voor zover hier van belang, overwogen dat het bestreden besluit kan steunen op de subsidiaire grondslag, inhoudende dat de gevraagde aanpassing niet medisch noodzakelijk is. Dit omdat het advies waarop het bestreden besluit berust deugdelijk is.
3.
Appellante heeft in hoger beroep slechts bestreden het oordeel van de rechtbank dat het bestreden besluit kan steunen op de subsidiaire grondslag van dat besluit. Appellante heeft zich ook in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het college zich niet had mogen baseren op het advies bedoeld in 2. Hiertoe heeft appellante in essentie de gronden herhaald die zij bij de rechtbank heeft ingediend.
4.1.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak op juiste wijze het van belang zijnde wettelijk kader geschetst. De rechtbank heeft voorts met juistheid de gronden van beroep besproken en beoordeeld. Uit hetgeen appellante heeft aangevoerd volgt niet dat het advies als bedoeld in 2 niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, niet concludent is of anderszins onjuist is. Uit de door appellante ingediende gronden volgt niet dat de medische situatie waarin appellante verkeerde op onvolledige of onjuiste wijze in kaart is gebracht.
4.2.
Het hoger beroep treft dan ook geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) S. Aaliouli
JvC