ECLI:NL:CRVB:2013:1074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.W. Schuttel
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als schoonmaakster
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij vanaf 17 maart 2008 weer geschikt was voor haar eigen maatgevende arbeid als schoonmaakster en daardoor geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank had dit bezwaar ongegrond verklaard en de terugvordering van voorschotten bevestigd.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts bevooroordeeld was ten opzichte van het NOAGG. Zij overlegde aanvullende medische stukken van diverse specialisten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsartsen zorgvuldig en uitgebreid was uitgevoerd, waarbij ook de psychische problematiek uitvoerig was onderzocht. De Raad vond geen objectief-medische gegevens die de beperkingen zwaarder maakten dan vastgesteld. Het verschil in diagnoses tussen NOAGG en verzekeringsartsen rechtvaardigde geen ander oordeel.
Ook de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid voor het werk als schoonmaakster werd bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de terugvordering van onverschuldigde voorschotten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd dan ook bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht als geschikt voor haar eigen maatgevende arbeid is aangemerkt en geen WIA-uitkering ontvangt.