ECLI:NL:CRVB:2013:1093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- E.J. Govaers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen
Appellant viel in maart 2001 uit wegens psychische klachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. In 2005 werd deze ingetrokken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na een verslechtering van zijn gezondheid werd in 2009 een gedeeltelijke WAO-uitkering toegekend met een mate van 15-25%. Het Uwv verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 55-65% met ingang van 6 maart 2007.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv maar handhaafde de rechtsgevolgen daarvan, omdat de medische beperkingen volgens verzekeringsartsen en psychiaters juist waren vastgesteld. De rechtbank vond de urenbeperking van 20 uur per week passend en achtte de geselecteerde functies geschikt ondanks beperkingen in samenwerken.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen werden onderschat, met name ten aanzien van urenbeperking en psychische beperkingen. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe medische inzichten had aangeleverd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke WAO-uitkering met 55-65% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.