ECLI:NL:CRVB:2013:1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij arbeidsinschakelingsplicht
Appellant ontvangt sinds maart 2009 bijstand op grond van de WWB en heeft een gedeeltelijke ontheffing van arbeidsinschakelingsverplichtingen gekregen die inmiddels is verlopen. Het college heeft appellant verplicht deel te nemen aan een re-integratietraject om hem te ondersteunen bij het vinden van werk.
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaarde. Hij wenst een verdergaande ontheffing van de arbeidsverplichtingen, zodat hij niet hoeft mee te werken aan onderzoeken naar arbeidsinschakeling.
De Raad oordeelt dat appellant geen voldoende procesbelang heeft omdat het resultaat dat hij nastreeft feitelijk niet kan worden bereikt. De arbeidsverplichtingen zijn opnieuw vastgesteld en het college overweegt geen sancties. Het principiële belang van appellant is onvoldoende om ontvankelijkheid te rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.