Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen tussenuitspraak;
- bevestigt de aangevallen einduitspraak voor zover aangevochten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand van oktober 2005 tot oktober 2009 en stond geregistreerd op een adres in Arnhem. Na meldingen dat de woning leeg stond, voerde het college een onderzoek uit, waaronder een analyse van water- en energieverbruik, en concludeerde dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het adres in de periode 24 augustus 2006 tot 9 september 2009. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank oordeelde dat het extreem lage water- en energieverbruik in de woning van appellant in de periode van 1 juli 2007 tot 1 juni 2009 een rechtvaardiging vormt voor de conclusie dat appellant daar niet zijn hoofdverblijf had. De rechtbank vernietigde de intrekking en terugvordering voor de periodes vóór 1 juli 2007 en na 1 juni 2009 en gaf het college de gelegenheid het besluit te herstellen.
Het college paste het besluit aan en vorderde bijstand terug over de periode 1 juli 2007 tot 1 juni 2009. Appellant voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van originele stukken en het niet houden van een tweede zitting, maar deze werden verworpen. De Raad bevestigt dat het lage verbruik de vooronderstelling rechtvaardigt dat de woning niet als hoofdverblijf diende en dat appellant dit niet aannemelijk heeft kunnen weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 juli 2007 tot 1 juni 2009 worden bevestigd.