ECLI:NL:CRVB:2013:1147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als boxmedewerker/meewerkend voorman, meldde zich ziek wegens knie-, borst- en psychische klachten. Het UWV weigerde hem een Ziektewetuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek door verzekeringsartsen als zorgvuldig werd beoordeeld en geen nieuwe medische informatie werd overgelegd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn functie zwaarder was dan aangenomen en dat hij meer beperkt was door zijn klachten. Hij verzocht om benoeming van een medisch deskundige. De Raad volgde het standpunt van het UWV dat de kenmerkende functiebelasting van het werk van appellant correct was vastgesteld en dat er geen aanleiding was het medisch onderzoek onzorgvuldig te achten.
De Raad oordeelde dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk en bevestigde de eerdere uitspraken. Er werd geen medisch deskundigenadvies benoemd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.