ECLI:NL:CRVB:2013:1183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- M. Greebe
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering en oplegging boete wegens niet melden PGB-inkomsten
Appellant ontving sinds 1993 een WAO-uitkering, die in 2009 werd ingetrokken vanwege een lagere arbeidsongeschiktheid. Uit gegevens van de Belastingdienst bleek dat appellant tussen 2004 en 2006 inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB) had ontvangen voor de zorg aan zijn dochter, wat niet was opgegeven aan het Uwv. Het Uwv stelde de WAO-uitkering over die periode bij en vorderde een bedrag terug.
Appellant voerde aan dat hij niet zelf zorg verleende, maar zijn echtgenote, en betwistte de schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank wees deze verweren af en stelde dat appellant als zorgverlener was geregistreerd en ook zelf had verklaard zorg te verlenen. Het Uwv mocht de omvang van de zorg op basis van een schatting vaststellen.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellant terecht werd teruggevorderd en dat de boete proportioneel was. Er was geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen dat de besluiten zouden worden ingetrokken na herziening van de belastingaangiften. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering en de boete wegens schending van de inlichtingenplicht.