ECLI:NL:CRVB:2013:1185

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2013
Publicatiedatum
30 juli 2013
Zaaknummer
12-2934 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening wegens niet-betaling griffierecht

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzoek om herziening van een uitspraak van 23 maart 2012. Het verzoek werd eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Verzoeker stelde in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden aan de orde die zouden kunnen aantonen dat hij niet in verzuim was. Een brief waarin verzoeker beweerde het griffierecht te hebben ingesloten, was bij de Raad niet ontvangen. Pas ruim na de termijn, op 13 mei 2013, ontving de Raad het griffierecht.

De Raad oordeelde dat het verzet ongegrond is en dat geen aanleiding bestaat om verzoeker te veroordelen in de proceskosten van het verzet. Het te laat betaalde griffierecht zal worden terugbetaald aan verzoeker door de griffier.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

12/2934 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, in verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet, op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 maart 2012, 10/5736
Partijen:
[Verzoeker] te[woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 november 2012 heeft de Raad het verzoek om herziening van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Verzoeker heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Een brief van 13 december 2012 van verzoeker waarbij het bedrag van het griffierecht zou zijn ingesloten is bij de Raad niet ontvangen. Eerst op 13 mei 2013 heeft de Raad het griffierecht ontvangen. Dit is (ruim) na afloop van de gestelde termijn.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 115,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours non fondé

CVG