ECLI:NL:CRVB:2013:1227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als schoonmaakmedewerkster, viel in januari 2006 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd zij in 2008 ongeschikt geacht voor haar oorspronkelijke functie, maar kreeg zij geen WIA-uitkering, wel een WW-uitkering. In februari 2011 meldde zij zich ziek met toegenomen klachten en kreeg een Ziektewet-uitkering toegekend.
Het UWV beëindigde deze uitkering per 24 augustus 2011, omdat appellante weer geschikt werd geacht voor arbeid passend bij haar beperkingen. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard na onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat geen nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst was opgesteld en haar klachten waren toegenomen. De Raad oordeelde dat de passende functies uit de eerdere WIA-beoordeling maatgevend zijn en dat het opstellen van een nieuwe FML bij ZW-beoordeling niet vereist is.
De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hadden op basis van dossieronderzoek, eigen onderzoek en medische informatie vastgesteld dat appellante geschikt was voor de functie van productiemedewerker industrie. De door appellante overgelegde aanvullende medische informatie toonde geen nieuwe feiten die het oordeel zouden wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht voor passende arbeid.