ECLI:NL:CRVB:2013:1242

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2013
Publicatiedatum
31 juli 2013
Zaaknummer
12-5027 WIA-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in WIA-uitkeringszaak

In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 september 2012, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet tijdig waren ingediend.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld zonder dat partijen verschenen. De Raad oordeelde dat het door de advocaat van appellant overgelegde rapport, bestaande uit een schermprint van de opmaak van een document met de aanduiding “gronden CRvB 121106”, niet voldoende bewijs leverde dat de gronden daadwerkelijk zijn verzonden.

Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en wees een veroordeling in de proceskosten van het verzet af. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en aantoonbare indiening van beroepsgronden in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep.

Uitspraak

12/5027 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 september 2012, 11/1232 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 6 februari 2013 heeft de Raad het namens appellant door mr. S.T. Dieters, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend.
De Raad is van oordeel dat met het door mr. Dieters bij het verzetschrift gevoegde rapport betreffende de opmaak en verzending (een schermprint) niet aannemelijk is gemaakt dat verzending van de gronden van het hoger beroep daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Uit het rapport blijkt niet meer dan dat de definitieve opmaak van een document met de aanduiding “gronden CRvB 121106” heeft plaatsgevonden. Dat het document vervolgens ter verzending is aangeboden blijkt daaruit dus niet.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

CVG