ECLI:NL:CRVB:2013:1243

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 juli 2013
Publicatiedatum
31 juli 2013
Zaaknummer
12-5931 AWBZ-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald, conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet.

Appellant heeft vervolgens verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting is niemand verschenen om het verzet toe te lichten. De Raad heeft vastgesteld dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was met betrekking tot de betaling van het griffierecht.

De Raad heeft het verzet daarom ongegrond verklaard en geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/5931 AWBZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 10 oktober 2012, 12/420 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te[woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 6 maart 2013 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellant heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Ook anderszins is de Raad daarvan niet gebleken.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

CVG