Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was geïndiceerd voor begeleiding individueel klasse 2 op grond van de AWBZ voor de periode van 31 januari 2012 tot 30 januari 2013. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar, maar dit werd niet tijdig ingediend. Appellante voerde aan dat haar psychische beperkingen haar belemmerden tijdig bezwaar te maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was aangetoond dat sprake was van verschoonbare termijnoverschrijding. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellante heeft niet met medische stukken onderbouwd dat zij in februari en maart 2012 niet in staat was haar belangen te behartigen of tijdig bezwaar te maken.
De Raad benadrukt dat appellante zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening van bezwaar en dat zij, indien zij zelf niet in staat was, ervoor had moeten zorgen dat een ander dit voor haar deed. Gezien eerdere procedures waarin appellante wel in staat was een gemachtigde te benaderen, is geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een verschoonbare reden voor de te late indiening.