ECLI:NL:CRVB:2013:1257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage en afwijzing keuzerecht in zorgverzekeringszaak
Appellant, woonachtig in Duitsland en ontvanger van een wachtgelduitkering, werd door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) geïnformeerd over zijn verdragsgerechtigdheid en de verschuldigdheid van een buitenlandbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Cvz stelde voorlopige en definitieve jaarafrekeningen vast voor 2007 en 2008, welke appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant geen keuzerecht heeft en dat Cvz hem tijdig heeft geïnformeerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas in 2009 een E121-formulier ontving en onvoldoende geïnformeerd was, waardoor hij een particuliere verzekering afsloot.
De Raad oordeelde dat appellant verdragsgerechtigd is en de buitenlandbijdrage verschuldigd blijft. De onjuiste inschatting van de brief van Cvz door appellant is voor zijn eigen rekening. De verplichting tot informeren lag bij Cvz, die dit correct heeft gedaan. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.