Uitspraak
12.Centrale Raad van Beroep
OVERWEGINGEN
a. een huishouden te voeren;
b. zich te verplaatsen in en om de woning;
c. zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;
d. medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.
Op grond van artikel 4, tweede lid, van de Wmo houdt het college van burgemeester en wethouders bij het bepalen van de voorzieningen rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.
4.2. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wmo stelt de gemeenteraad met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening regels vast over de door het college van burgemeester en wethouders te verlenen individuele voorzieningen en de voorwaarden waaronder personen die aanspraak hebben op dergelijke voorzieningen recht hebben op het ontvangen van die voorziening in natura, het ontvangen van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget.
a. een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten;
b. een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;
c. een niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorziening;
(…)
1. Een ondersteuningsbehoevende kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder Pro a in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen het normale gebruik van de woning belemmeren.
2. Een ondersteuningsbehoevende kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder Pro b, c (…) in aanmerking worden gebracht wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopste adequate voorziening is. (…)
4.7. De beroepsgrond van appellante dat zij slechts twee woningaanpassingen wil, namelijk de aanpassing van de douche en het aanbrengen van een tweede toilet, en dus niet een traplift, treft geen doel. Bij de beoordeling van een aanvraag om een woonvoorziening moet de passendheid van de hele woning van de aanvrager in aanmerking worden genomen. Uit de voorhanden medische gegevens blijkt genoegzaam dat appellante langdurig beperkingen zal blijven ondervinden bij het traplopen en dat zij, als zij blijft wonen in haar huidige woning, aangewezen is op een traplift om de bovenverdieping te kunnen bereiken. De Raad wijst op de bevindingen van de GGD, maar ook op de recente informatie van appellantes behandelend reumatoloog van 20 februari 2013. De reumatoloog beschrijft dat appellante veel problemen ondervindt als gevolg van haar klachten en afwijkingen, met name bij het traplopen.