ECLI:NL:CRVB:2013:1291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woonsituatie en schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 26 mei 2010 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij aangaf een kamer te huren op een adres in een plaats. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling vanwege het niet verschijnen van appellant op afspraken en huisbezoeken. Na bezwaar wees het college de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan zijn wettelijke inlichtingenverplichting en de woonsituatie onduidelijk bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat voor de beoordeling van het recht op bijstand juiste en volledige informatie over het woonadres essentieel is. Gezien de bankafschriften, het niet aantreffen bij huisbezoeken en verklaringen van de huisgenoot, was de woonsituatie onduidelijk.
Het huisbezoek bij de huisgenoot was rechtmatig omdat deze toestemming had gegeven en de kamer van appellant niet werd bezocht. Het niet verschijnen van appellant op oproepen om aanvullende gegevens te verstrekken, leidde tot het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting en een onduidelijke woonsituatie.