Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- bepaalt dat het college het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht van € 112,-
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving van 2006 tot 2009 bijstand op grond van de WWB. Het college vermoedde dat zij onroerend goed in Turkije bezat en liet een onderzoek uitvoeren, waaruit bleek dat zij een woning en drie garages bezat met een getaxeerde waarde van circa €42.700. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens het overschrijden van de vermogensgrens en het niet melden hiervan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende informatie had verstrekt. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak omdat de rechtbank haar oordeel niet baseerde op de grondslag van het bestreden besluit. De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door het bezit niet eerder te melden en dat de getaxeerde waarde aannemelijk is.
De Raad concludeerde dat appellante redelijkerwijs kon beschikken over het onroerend goed en dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van bijstand wegens bezit van onroerend goed in Turkije wordt ongegrond verklaard.