ECLI:NL:CRVB:2011:BU7336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en vermogenstoets
Appellant ontving bijstand vanaf september 2005, die later werd ingetrokken vanwege het overschrijden van de vermogensgrens en het niet melden van een bankrekening bij Fortisbank. De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het tegoed op deze rekening niet aan hem toebehoorde, waardoor hij de inlichtingenplicht heeft geschonden en geen recht had op bijstand in de eerste periode.
Voor de periode van januari 2006 tot maart 2008 heeft appellant een kasopname van €109.000 gedaan, waarvan hij verklaarde dat het bedrag aan zijn vader was gegeven voor aankoop van een appartement door zijn moeder. De Raad vindt deze verklaring niet aannemelijk vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan verifieerbare gegevens, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
De Raad vernietigt het besluit over de intrekking van bijstand in de tweede periode wegens onjuiste grondslag, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. De latere afwijzing van bijstand wordt bevestigd omdat appellant de besteding van het opgenomen bedrag niet aannemelijk heeft gemaakt. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over een deel van de periode wordt vernietigd, de schending van de inlichtingenplicht bevestigd en de weigering van bijstand over latere perioden gehandhaafd.