ECLI:NL:CRVB:2013:1336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na arbeidsgeschiktheid
Appellante was werkzaam als facilitair medewerkster en meldde zich ziek wegens nek- en rugklachten na een auto-ongeluk. Zij ontving vanaf april 2011 een Ziektewetuitkering. De verzekeringsarts verklaarde haar per 1 oktober 2011 arbeidsgeschikt voor haar maatgevende arbeid, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar lichamelijke en psychische klachten aanhielden en zelfs verergerden door financiële problemen, en dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen medische onderbouwing was voor de klachtenverergering.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Raad concludeerde dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig was verricht, met inachtneming van relevante medische informatie, en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die aanleiding gaven tot twijfel aan de arbeidsgeschiktheid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante per 1 oktober 2011 geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.