ECLI:NL:CRVB:2013:1351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende verdienverlies
Appellante, werkzaam als medewerkster huishoudelijke zorg, meldde zich ziek met rugklachten veroorzaakt door een myoom en lipomen. Na medische behandeling bleven de klachten bestaan. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering omdat haar verlies aan verdienvermogen minder dan 35% bedroeg. Dit besluit werd ook in bezwaar en eerste aanleg door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat, met name door discrepanties tussen de Functionele Mogelijkhedenlijsten van de bedrijfsarts en verzekeringsarts en de onterecht niet aangenomen beperkingen in bepaalde rubrieken. Tevens stelde zij dat de geselecteerde functies te belastend waren qua tillen.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat de medische en arbeidskundige rapporten zorgvuldig en volledig waren. De discrepantie tussen artsen werd ontkend, mede omdat de bedrijfsartsrapporten ouder waren dan de datum van de beoordeling. Nieuwe medische informatie over psychiatrische beperkingen was niet relevant voor de datum in geschil. Ook was er geen overschrijding van de belastbaarheid bij de geselecteerde functies.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.