ECLI:NL:CRVB:2013:1354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante heeft zich ziek gemeld met beenklachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde bij besluit vast dat haar verlies aan verdienvermogen minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op een uitkering ontstond. Dit besluit werd ook in bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen, waaronder lipolymfoedeem, onderschat waren en dat zij een urenbeperking zou moeten krijgen. De Raad beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, waarin rekening was gehouden met alle medische gegevens en beperkingen, inclusief de operatie aan de knie en andere aandoeningen.
De Raad vond de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, en zag geen aanleiding om de conclusies te wijzigen. Ook aanvullende verklaringen, zoals van de fysiotherapeut, gaven geen reden tot twijfel. De functies die appellante medisch gezien kan vervullen, zijn passend. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van een WIA-uitkering bevestigd.