Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 9 juli 2011;
- herroept het besluit van 27 januari 2011 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1991 ambtenaar bij de gemeente Amsterdam, kreeg op 27 januari 2011 een disciplinaire straf opgelegd wegens plichtsverzuim. Hem werd verweten dat hij in 2009 een incident waarbij een collega betrokken was niet aan zijn leidinggevende had gemeld, maar aan een externe coördinator, en dat hij in 2010 een brief met ongefundeerde aantijgingen aan zijn leidinggevende had geschreven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant zich niet als een goed ambtenaar had gedragen. In hoger beroep stelde appellant dat het bestuur het voorval uit 2009 niet meer mocht betrekken bij de straf omdat het te lang had gewacht met het opleggen van een straf en dat de brief geen plichtsverzuim bevatte.
De Raad oordeelde dat het bestuur het recht had verwerkt om het oude voorval mee te nemen omdat het eerdere voornemen uit 2009 niet was gevolgd door een strafbesluit en het nieuwe voornemen uit 2010 het oude incident niet noemde. Ook werd geoordeeld dat de brief, gezien de context en omstandigheden, niet als plichtsverzuim kon worden aangemerkt.
Daarom vernietigde de Raad het besluit van 27 januari 2011 en het bestreden besluit van 9 juli 2011, en veroordeelde het dagelijks bestuur tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot voorwaardelijk ontslag en terugzetting van appellant wordt vernietigd en het bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten.