ECLI:NL:CRVB:2013:1371
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch oordeel UWV bij WIA-uitkeringsbesluit
Appellant, voormalig medewerker van een supermarkt, heeft na ziekte tijdens een WW-uitkering een aanvraag gedaan voor een WIA-uitkering. Het UWV heeft op basis van medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) vastgesteld dat appellant niet meer geschikt is voor zijn eigen werk, maar wel in staat is passende functies te verrichten met minder dan 35% verlies aan verdienvermogen. Hierdoor is geen recht op WIA-uitkering toegekend.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het UWV uitging van verouderde medische gegevens en dat hij ernstiger beperkingen heeft, onderbouwd met een recent rapport van i-psy. De bezwaarverzekeringsarts en de rechtbank concludeerden echter dat het medisch oordeel zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV. De recentere gegevens van i-psy zijn onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen, mede omdat deze niet betrekking hebben op de datum van het besluit. De Raad bevestigt dat appellant in staat wordt geacht de passende functies te verrichten zoals door het UWV vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.