ECLI:NL:CRVB:2013:1377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bijzondere bijstand
Appellante had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand ter hoogte van €380,- voor kosten van rechtsbijstand, welke door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht werd afgewezen wegens te late indiening volgens het destijds geldende beleid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens wijzigde het college het beleid en vergoedde alsnog de bijzondere bijstand aan appellante.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid in hoger beroep, waarbij het resultaat dat met het beroep wordt nagestreefd daadwerkelijk moet kunnen worden bereikt en betekenis moet hebben voor de indiener. Door de vergoeding van de bijzondere bijstand is het belang van appellante bij een beoordeling van het bestreden besluit komen te vervallen.
Appellante stelde nog een procesbelang te hebben voor vergoeding van in bezwaar gemaakte kosten en proceskosten, maar aangezien zij destijds geen verzoek tot vergoeding had gedaan, konden deze kosten niet worden vergoed. Ook kon geen procesbelang worden ontleend aan de gevraagde veroordeling tot vergoeding van proceskosten. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voldoende procesbelang.