ECLI:NL:RBMNE:2021:3817
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onjuiste bekendmaking besluit aan bewindvoerder bij WW-uitkering
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van UWV om zijn aanvraag voor een WW-uitkering niet in behandeling te nemen. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit aan de bewindvoerder van eiser had moeten worden toegezonden, omdat eiser onder bewind stond en het beheer van zijn goederen bij de bewindvoerder lag. Door het besluit alleen aan eiser toe te zenden, was de bekendmaking niet rechtsgeldig en was de bezwaartermijn niet gestart.
Daarom was het bezwaar niet te laat ingediend en had het niet-ontvankelijk verklaren onterecht plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg UWV op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van € 748,- wegens inschakeling van een professionele gemachtigde. Over proceskosten in bezwaar moet UWV bij het nieuwe besluit beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en proceskosten te vergoeden.