ECLI:NL:CRVB:2013:1386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- K. Wentholt
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over zorgvuldigheidsgebrek bij medische beoordeling WGA-vervolguitkering
Appellant, voormalig accountmanager, meldde zich ziek vanwege psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering. Na bezwaar en een herbeoordeling door een internist werd een WGA-vervolguitkering toegekend.
Appellant voerde in beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn fysieke beperkingen en dat het Protocol chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) niet werd toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de diagnose CVS niet door een arts was bevestigd en dat de medische beoordeling zorgvuldig was.
In hoger beroep overlegt appellant een artsenrapport waarin de diagnose CVS wordt bevestigd. De Raad oordeelt dat de medische beoordeling een zorgvuldigheidsgebrek vertoont omdat het Protocol niet is gevolgd terwijl de diagnose CVS nu wel door een arts is gesteld. Daarom draagt de Raad het UWV op binnen acht weken een nieuw medisch onderzoek uit te voeren, met inachtneming van het Protocol, door een andere bezwaarverzekeringsarts.
Deze tussenuitspraak beperkt zich tot het medische aspect van de beoordeling en beoogt finale geschilbeslechting door het UWV te verplichten de beoordeling te herzien en zo nodig de belastbaarheid van appellant bij te stellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen een nieuw medisch onderzoek uit te voeren met inachtneming van het Protocol CVS en de belastbaarheid van appellant opnieuw vast te stellen.