ECLI:NL:CRVB:2013:1411
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. Tijdens de procedure nam het UWV op 21 maart 2013 een nieuw besluit waarin volledig aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
Het UWV voerde aan dat het nieuwe besluit voortkwam uit een vaststellingsovereenkomst die pas in hoger beroep was overgelegd, en dat het niet verwijtbaar was dat het eerdere besluit achteraf onjuist bleek. De Raad oordeelde dat het algemene uitgangspunt in bestuursrechtelijke procedures is dat bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming een proceskostenveroordeling ten laste van het bestuursorgaan volgt.
De Raad vond het niet relevant dat appellante de vaststellingsovereenkomst eerder had kunnen overleggen. De proceskosten werden begroot op €944 in beroep en €472 in hoger beroep, totaal €1.416. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellante. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier P. Boer.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.416 aan proceskosten aan appellante.