ECLI:NL:CRVB:2013:1438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wegens niet-noodzakelijkheid en consistent beleid
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandheelkundige kosten gemaakt in 2010 en 2011. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat de kosten niet noodzakelijk worden geacht en niet vergoed worden binnen de voorliggende voorziening, de Zorgverzekeringswet.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de tandheelkundige ingreep dringend en noodzakelijk was vanwege ernstige beschadiging en chronische infecties. De Raad oordeelde echter dat er geen sprake was van een acute noodsituatie die rechtvaardigt af te wijken van het uitgangspunt dat de kosten onder de Zorgverzekeringswet vallen.
Het college voert een buitenwettelijk begunstigend beleid waarbij VGZ-verzekerden een maximale vergoeding van €700 krijgen en geen aanvullende bijzondere bijstand kunnen ontvangen. Dit beleid is consistent toegepast bij appellant. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de WWB gedecentraliseerd wordt uitgevoerd en verschillen in beleid tussen gemeenten mogelijk zijn.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en blijft het bestreden besluit in stand. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor tandheelkundige kosten wordt bevestigd.