ECLI:NL:CRVB:2013:1460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en brutering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden over de terugvordering van bijstand. Het college had de bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van inkomsten uit de handel in verdovende middelen. Vervolgens werd de vordering gebruteerd.
De rechtbank had het beroep tegen het bruteringsbesluit ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand in rechte onaantastbaar is geworden, waardoor appellant een verwijt treft voor het ontstaan van de vordering.
De Raad overweegt dat het college in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de bevoegdheid tot brutering, mede omdat appellant in de gelegenheid was de vordering netto terug te betalen over het kalenderjaar waarop deze betrekking had. Het feit dat het college pas later tot brutering overging, maakt het besluit niet onrechtmatig.
Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en brutering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.