ECLI:NL:CRVB:2013:1551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding met partner
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde na een anonieme tip en onderzoek vast dat zij met haar partner, met wie zij kinderen heeft, een gezamenlijke huishouding voerde. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 1 februari tot 30 november 2010.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende feiten waren om te concluderen dat appellante en haar partner hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden, ondanks dat de partner officieel op een ander adres stond ingeschreven. Appellante voerde aan dat haar verklaring niet betrouwbaar was vanwege taalproblemen en dat de waarnemingen onvoldoende waren, maar deze bezwaren werden door de Raad verworpen.
De Raad stelde vast dat de verklaring van appellante onder ambtseed was afgelegd, zij de verklaring begreep en ondertekende, en dat de waarnemingen en verklaringen van de partner de gezamenlijke huishouding bevestigden. De intrekking van de bijstand en terugvordering werden daarom gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding worden bevestigd.