ECLI:NL:CRVB:2013:1557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en viel onder de bescheiden schaalregeling die zelfstandige activiteiten tot 23,5 uur per week toestaat met behoud van bijstand. Tijdens een gesprek in augustus 2010 verklaarde appellant echter dat hij sinds maart/april 2009 aanzienlijk meer uren werkte en een zakelijke bankrekening had geopend zonder dit te melden.
Het college trok daarom de bijstand met ingang van 1 maart 2009 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat zijn verklaring onjuist was, maar de Raad oordeelde dat hij aan zijn ondertekende verklaring gehouden kan worden, conform vaste rechtspraak.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn om van het algemene uitgangspunt af te wijken. Daarom werd de intrekking van de bijstand bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.