Uitspraak
28 december 2012, 11/9690 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak staat de toepassing van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Abp-wet) centraal, waarbij betrokkene bezwaar maakte tegen een pensioenoverzicht uit 1997. De rechtbank vernietigde het besluit van 20 juli 2011 omdat de Commissie van Beroep onbevoegd was om het administratief beroep te beslissen, maar gaf geen inhoudelijk oordeel over de beroepsgronden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het besluit van 17 april 1997 door appellant is genomen en dat de bezwaarprocedure volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. De beslissing op bezwaar had door appellant zelf genomen moeten worden, waardoor het bestreden besluit terecht is vernietigd. De Raad oordeelt echter dat de rechtbank had moeten beoordelen of het bevoegdheidsgebrek hersteld kon worden en of de rechtsgevolgen in stand konden blijven.
De Raad beoordeelt inhoudelijk de beroepsgronden van betrokkene, waaronder de aansluiting van militaire diensttijd, toepassing van pensioenknippen en de periode van ambtelijke aanmelding. Geen van deze gronden slaagt. De Raad vernietigt daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant een nieuwe beslissing moet nemen, bevestigt de overige uitspraak en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Appellant wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand en appellant hoeft geen nieuwe beslissing te nemen.