ECLI:NL:CRVB:2013:1645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag huishoudelijke hulp op grond van medische beperkingen
Appellant heeft in januari 2011 een aanvraag ingediend voor huishoudelijke hulp, welke door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen. Na medisch onderzoek naar de beperkingen van appellant en zijn echtgenote verklaarde het college het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn echtgenote op medische gronden niet in staat zou zijn om (zware) huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren. De rechtbank oordeelde echter dat deze gronden onvoldoende waren en wees het beroep af. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel volledig.
De medische stukken die appellant in hoger beroep overlegt zijn identiek aan eerdere stukken en bieden geen nieuwe inzichten. Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag huishoudelijke hulp wordt bevestigd.