ECLI:NL:CRVB:2013:1655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid bezwaar tegen terugvordering persoonsgebonden budget 2009
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) over 2009, waarvan het Zorgkantoor Zuid-Limburg het bedrag lager vaststelde wegens onvoldoende verantwoording. Het Zorgkantoor vorderde €9.171,29 terug bij appellante. Het besluit van 24 juni 2010 werd niet aangetekend verzonden, maar een handgeschreven aantekening op het besluit vermeldde een verzenddatum rond 4/5 augustus 2010.
Appellante maakte bezwaar op 11 mei 2011, maar dit was volgens het Zorgkantoor te laat. Uit een telefoongesprek op 9 augustus 2010 bleek dat appellante op de hoogte was van het besluit. De rechtbank oordeelde dat het besluit op 5 augustus 2010 was verzonden en het bezwaar derhalve niet tijdig was ingediend. De brief van 1 april 2011 werd niet als een besluit met rechtsgevolg aangemerkt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het besluit niet correct was bekendgemaakt en dat het bezwaar tijdig moest worden geacht. De Raad oordeelde dat de verzending aan Raad en Daad niet vereist was omdat deze organisatie failliet was. De telefoonnotitie vormde een voldoende aanwijzing voor ontvangst van het besluit. Het beroep op verschoonbare termijnoverschrijding werd niet onderbouwd. De Raad bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot terugvordering van het persoonsgebonden budget 2009 is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.