ECLI:NL:CRVB:2013:1668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging militair invaliditeitspensioen wegens PTSS en maagklachten
Appellant, militair uitgezonden naar Libanon in 1979, kreeg in 2004 een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vastgesteld met een invaliditeitspercentage van 60%, waarop een militair invaliditeitspensioen is gebaseerd. In 2007 verzocht appellant om verhoging van dit pensioen vanwege maag- en darmklachten, maar dit verzoek werd in 2008 afgewezen en het bezwaar in 2010 ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten waren onderschat en vroeg hij om nader psychiatrisch onderzoek. De Raad concludeerde dat de maagklachten berusten op een anatomische/fysiologische aanleg zonder dienstverband en dat het invaliditeitspercentage van 60% niet onderschat is. Een nader psychiatrisch onderzoek bevestigde een persoonlijkheidsstoornis en cannabisverslaving zonder verergering door dienstverband.
De Raad vond geen aanleiding om het invaliditeitspercentage te verhogen of nader onderzoek te gelasten. Ook voor de vermeende relatie tussen diensttijd en darm- of refluxklachten ontbraken medische aanwijzingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het invaliditeitspercentage van 60% gehandhaafd.