ECLI:NL:CRVB:2013:1682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang na financiële tegemoetkoming Wmo
Appellante, met mobiliteitsbeperkingen door gezondheidsklachten, vroeg in 2009 een inklapbare scootmobiel aan bij de gemeente Zwolle op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dit verzoek werd afgewezen vanwege een contra-indicatie, geadviseerd door een arts en ergotherapeut. Na bezwaar bleef het college bij het besluit. In beroep overgelegd onderzoek wees uit dat collectief vervoer ongeschikt was, waarna het college een autokostenvergoeding toe kende, maar de scootmobiel bleef afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, mede omdat appellante onvoldoende medewerking verleende aan onderzoek. Appellante stelde hoger beroep in. In mei 2011 diende zij een nieuwe aanvraag in, waarna het college met toepassing van de hardheidsclausule een financiële tegemoetkoming toekende. Naar aanleiding hiervan gaf appellante aan geen belang meer te hebben bij het hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het procesbelang vervallen was omdat de financiële tegemoetkoming de gevraagde voorziening kon bekostigen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling, omdat de tegemoetkoming niet het gevolg was van het hoger beroep, maar van een nieuwe aanvraag en nader onderzoek waaraan appellante eerst geen medewerking wilde verlenen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na toekenning van een financiële tegemoetkoming.