ECLI:NL:CRVB:2013:1684

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 augustus 2013
Publicatiedatum
5 september 2013
Zaaknummer
12-4191 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening persoonsgebonden budget terugvordering

Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Zorgkantoor waarin een terugvordering van een persoonsgebonden budget (pgb) werd opgelegd over de periode van 22 februari 2010 tot en met 31 maart 2010. Het bezwaar werd door het Zorgkantoor niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend en er geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was.

De rechtbank Almelo heeft dit besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit geldig was bekendgemaakt aan de erfgenaam die het pgb had aangevraagd en op het laatst opgegeven adres woonde. Het feit dat deze erfgenaam de andere erfgenamen niet tijdig informeerde, was een interne kwestie tussen erfgenamen.

Appellanten stelden in hoger beroep dezelfde gronden aan de orde, maar de Centrale Raad van Beroep vond dat de rechtbank deze gronden correct had beoordeeld en verwierp het hoger beroep. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van het persoonsgebonden budget wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

12/4191 AWBZ, 12/4192 AWBZ
Datum uitspraak: 21 augustus 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 13 juni 2012, 11/1280 AWBZ (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant 1] en[Appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)
Stichting Zorgkantoor Menzis (Zorgkantoor)
PROCESVERLOOP
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.
Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2013. Appellante
[Appellant 1] is verschenen, vergezeld door haar echtgenoot. Appellante [Appellant 2] is niet verschenen. Het Zorgkantoor heeft zich - met voorafgaand bericht - niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1.
Bij besluit van 19 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft het Zorgkantoor het bezwaar van appellanten tegen het besluit van 28 juli 2010 (primaire besluit) waarbij volgens de eindafrekening het over de periode 22 februari 2010 tot en met 31 maart 2010 het aan
[S.] (overleden [in] 2010) toegekende persoonsgebonden budget (pgb) van
€ 3.405,56 terug moet worden betaald, niet ontvankelijk verklaard. Daarbij is vermeld dat het bezwaar niet tijdig is ingediend en een verschoonbare reden daarvoor ontbreekt.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank kort samengevat - onder verwijzing naar de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) - overwogen dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het primaire besluit is geldig bekend gemaakt door toezending aan[naam zoon] - erfgenaam en zoon die op het adres van de moeder woonachtig was en namens de moeder het PGB had aangevraagd - op het laatst door hem opgegeven adres. Daaraan doet niet af dat deze erfgenaam de andere erfgenamen niet tijdig van dit besluit op de hoogte heeft gesteld. Dat is een kwestie tussen erfgenamen onderling. Verder is - onder verwijzing naar artikel 6:11 van Pro de Awb - overwogen dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het is aannemelijk dat ook appellanten - de andere erfgenamen - reeds in oktober/november 2010 hebben kennisgenomen of kennis kunnen nemen van het primaire besluit. Er is tussen de erfgenamen en het Zorgkantoor regelmatig contact geweest over de terugvordering. Met het door hen eerst op 9 juni 2011 ingediend bezwaar is geen sprake van een tijdig ingediend bezwaarschrift of van een verschoonbare termijnoverschrijding.
3.
Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
De door appellanten in hoger beroep aangevoerde gronden zijn ook al in beroep aangevoerd en zijn door de rechtbank besproken. De Raad is van oordeel dat de rechtbank deze gronden op juiste wijze heeft besproken en op juiste wijze heeft uiteengezet waarom die gronden niet slagen.
4.2.
Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) Z. Karekezi

TM