ECLI:NL:CRVB:2013:1686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-verantwoording na overlijden
Betrokkene, voor wie het persoonsgebonden budget (pgb) was toegekend, is in juli 2009 overleden. Het Zorgkantoor heeft het toegekende pgb over de periode mei tot en met december 2009 vastgesteld op nihil wegens het niet verantwoorden van het budget en heeft het volledige bedrag teruggevorderd.
De erven van betrokkene hebben bezwaar gemaakt tegen deze terugvordering, stellende dat de aanschaf van hulpmiddelen wel verantwoord kon worden en dat aan een zorgaanbieder een vergoeding was betaald. Het Zorgkantoor heeft dit bezwaar ongegrond verklaard omdat geen deugdelijk bewijs was geleverd dat het pgb daadwerkelijk aan zorg was besteed.
De rechtbank heeft het beroep van de erven ongegrond verklaard, stellende dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb op nihil vast te stellen en de belangen op juiste wijze had afgewogen. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak bevestigd, waarbij is overwogen dat het Zorgkantoor terecht de belangen heeft afgewogen en dat de vergoeding van hulpmiddelen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning valt, niet onder de AWBZ.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb blijft gehandhaafd.