ECLI:NL:CRVB:2013:1707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding met ex-partner
Appellante vroeg bijstand aan als alleenstaande, maar het college van burgemeester en wethouders van Purmerend wees de aanvraag af wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar ex-partner. Het onderzoek wees uit dat zij samenwoonden in één woning, ondanks dat de ex-partner officieel op een ander adres stond ingeschreven.
De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf van beiden in dezelfde woning was en dat sprake was van wederzijdse zorg, onder meer door financiële verstrengeling en zorgverlening zoals schoonmaak en verzorging van huisdieren. Dit voldeed aan de wettelijke criteria voor gezamenlijke huishouding volgens de WWB.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Het feit dat de gezamenlijke huishouding later werd beëindigd, was voor de beoordeling van de aanvraag niet relevant. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de bijstand.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is afgewezen omdat appellante met haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voert.