ECLI:NL:CRVB:2013:1719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel ondanks morbide obesitas
Appellante, werkzaam als medewerker tuinbouw tot september 2007, meldde zich ziek in december 2009 wegens knie- en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een psychiatrische expertise en een verzekeringsartsbeoordeling verklaarde het UWV haar per 15 juni 2011 hersteld en beëindigde de uitkering. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de medische informatie van appellante niet relevant was voor de datum van 15 juni 2011.
In hoger beroep stelde appellante dat haar morbide obesitas niet voldoende was meegewogen en dat zij daardoor ongeschikt was voor arbeid. De Raad oordeelde dat de diagnose op zichzelf niet doorslaggevend is voor ongeschiktheid en dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom appellante geschikt was voor de maatstaf arbeid op de peildatum. Appellante overlegde geen aanvullende medische gegevens ter onderbouwing van haar standpunt.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en inzichtelijk was en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering per 15 juni 2011 terecht is beëindigd omdat appellante geschikt was voor maatstaf arbeid.