ECLI:NL:CRVB:2013:1736
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad veroordeelt UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV, maar trok deze hoger beroepen in nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Het UWV had reeds toegezegd de kosten gemaakt in bezwaar te vergoeden, zodat de Centrale Raad van Beroep alleen nog het verzoek tot vergoeding van kosten in beroep en hoger beroep hoefde te beoordelen.
De Raad oordeelde dat het UWV veroordeeld moest worden tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep. De totale proceskosten werden vastgesteld op € 2.360,-, bestaande uit € 1.416,- voor rechtsbijstand in beroep en € 944,- voor rechtsbijstand in hoger beroep.
Een verzoek tot vergoeding van de eigen bijdrage werd afgewezen, omdat deze niet voor vergoeding in aanmerking komt volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor het betaalde griffierecht werd appellant verwezen naar het UWV. De uitspraak werd gedaan door rechter C.P.J. Goorden op 11 september 2013.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.360,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.