ECLI:NL:CRVB:2013:1745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van de Griend
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging uitkeringsregeling na vaststellingsovereenkomst ambtenaar
Appellant, werkzaam bij de gemeente Den Haag, en het college van burgemeester en wethouders hebben op 13 maart 2009 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin ontslag per 1 april 2009 en een uitkeringsregeling voor twee jaar en elf maanden zijn vastgelegd.
Het UWV kende echter een WW-uitkering toe met ingang van 2 mei 2008, eerder dan de afgesproken ontslagdatum. Appellant maakte bezwaar tegen de voortijdige beëindiging van de uitkeringsregeling, stellende dat deze pas op 1 maart 2012 had mogen eindigen.
De Raad oordeelt dat bij de uitleg van de overeenkomst niet alleen de tekst, maar ook de redelijke verwachtingen van partijen in aanmerking moeten worden genomen. Gezien de koppeling van de bovenwettelijke en nawettelijke uitkering aan de WW-uitkering, is het logisch dat de regeling eerder eindigt als de WW-uitkering eerder start.
Daarom is het college terecht uitgegaan van nakoming van de gemaakte afspraken en is het hoger beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De uitkeringsregeling is terecht eerder beëindigd dan appellant wenste, hoger beroep wordt ongegrond verklaard.