ECLI:NL:CRVB:2013:1763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had verricht en de medische beperkingen niet waren onderschat. De rechtbank wees het verzoek van appellant af om een deskundige te benoemen, omdat er geen twijfel bestond over de medische vaststellingen.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat hij door sarcoïdose niet kan werken en verzocht om het horen van een longarts als getuige. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en ziet geen aanleiding om een deskundige te raadplegen. Er zijn geen nieuwe objectieve medische gegevens die een ander oordeel rechtvaardigen.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Ook is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in aanwezigheid van griffier D.E.P.M. Bary, en uitgesproken op 13 september 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.