ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9815
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om wraking van rechters in hoger beroepszaak WIA-UWV
Verzoeker heeft in een hoger beroepsprocedure tegen het UWV meerdere verzoeken tot wraking ingediend tegen verschillende rechters van de wrakingskamer van de Centrale Raad van Beroep. Deze verzoeken betroffen onder meer vermeende partijdigheid en procedurele beslissingen die volgens verzoeker wijzen op vooringenomenheid.
De wrakingskamer heeft de verzoeken beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij is overwogen dat wraking alleen kan worden toegewezen indien feiten of omstandigheden aantonen dat de onpartijdigheid van de rechter in het geding is. De kamer constateerde dat geen van de aangevoerde gronden betrekking had op de persoon van de rechters of een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormde.
Daarnaast werd geoordeeld dat procedurele beslissingen, zoals het niet verzoeken van de gemachtigde van het UWV de zittingszaal te verlaten en het niet verstrekken van een kopie van een opname, niet kunnen leiden tot wraking tenzij daaruit partijdigheid blijkt, wat niet het geval was.
De wrakingskamer besloot tevens dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling zullen worden genomen. De verzoeken tot wraking van mrs. Heijs, van de Griend en Hillen zijn afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verzoeken om wraking van de rechters zijn afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak worden niet in behandeling genomen.