Uitspraak
OVERWEGINGEN
15 juli 2010, beperkingen vastgesteld in verband met depressieve stoornis, matig van aard, en hoge bloeddruk en deze neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 26 april 2010.
Centrale Raad van Beroep
Appellant viel in juli 2008 uit wegens psychische klachten en andere gezondheidsproblemen. Het UWV stelde bij besluit vast dat hij per 15 juli 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en de functies die appellant kon verrichten medisch passend waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen, met name concentratie en handelingstempo, waren onderschat. Hij verwees naar een ernstiger psychiatrische diagnose van maart 2011 die leidde tot een WGA-uitkering vanaf die datum. De Raad overwoog dat de medische situatie op de datum in geschil (15 juli 2010) minder ernstig was dan op 14 maart 2011 en dat de bezwaarverzekeringsarts dit voldoende had onderbouwd.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor andere functies binnen zijn belastbaarheid. De Raad zag geen aanleiding om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te betwijfelen en hechtte geen waarde aan het commentaar van Instituut Psychosofia. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt bevestigd.