ECLI:NL:CRVB:2013:1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.S. van der Kolk
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid bevestigd in hoger beroep
Appellant was via een uitzendbureau werkzaam als trajectbegeleider en meldde zich wegens psychische klachten ziek. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 17 mei 2011 omdat hij niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde op basis van een zorgvuldig medisch onderzoek.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De verzekeringsarts concludeerde dat appellant zijn werk kon verrichten en dat het probleem lag bij het ontbreken van werk. De bezwaarverzekeringsarts vond geen aanleiding om af te wijken van deze conclusie, ondanks de psychiater die een posttraumatische stressstoornis had vastgesteld.
Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die de eerdere conclusies konden weerleggen. De Raad oordeelde dat het UWV op verantwoorde wijze heeft gehandeld en dat er geen reden was voor nader medisch onderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.