Uitspraak
OVERWEGINGEN
22 februari 2011 ongegrond verklaard.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht het UWV om een AAW-uitkering toe te kennen met terugwerkende kracht, nadat haar in 1986 reeds onherroepelijk was geweigerd een dergelijke uitkering te ontvangen. Het UWV weigerde terug te komen op het besluit van 1986, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die dat rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees haar beroep op internationale rechtspraak af, omdat niet werd voldaan aan de voorwaarden voor herziening. In hoger beroep herhaalde appellante haar aanspraken, verwijzend naar eerdere uitspraken, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onherroepelijke karakter van het besluit uit 1986 en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden het UWV in redelijkheid toestond de herziening te weigeren.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling toegekend. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer op 18 september 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.