ECLI:NL:CRVB:2013:1845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig is uitgevoerd. De medische beperkingen van appellante zijn juist weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De klachten van somberheid, slaapproblemen en pijnklachten waren reeds bekend en meegewogen. Er is geen reden om een onafhankelijke deskundige aan te wijzen.
Arbeidskundig is vastgesteld dat appellante ondanks haar beperkingen in staat is om de werkzaamheden van de functie Snackbereider handmatig uit te voeren. Nadere arbeidskundige gronden zijn niet aangevoerd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.