ECLI:NL:CRVB:2013:1867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten bij zelfstandig wonen
Appellante vroeg bijzondere bijstand op grond van de WWB voor verhuis- en inrichtingskosten vanwege haar eerste zelfstandige woning. Het college wees de aanvragen af omdat volgens hen geen sprake was van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat sociale en medische redenen de kosten noodzakelijk maakten. Zij overlegde verklaringen van haar moeder en huisarts die psychische klachten en een slechte relatie met haar moeder onderbouwden. Ook wees zij op het ontbreken van eigen spaargeld door schulden.
De Raad oordeelde dat het college een redelijk uitgangspunt hanteert dat men eerst moet sparen alvorens zelfstandig te wonen, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De medische verklaring was te algemeen en er ontbrak een geobjectiveerde diagnose of behandelplan. Ook het ontbreken van spaargeld door schulden vormt geen bijzondere omstandigheid.
Hierdoor concludeert de Raad dat de afwijzing terecht was en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.