ECLI:NL:CRVB:2013:1907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door rugklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Na bezwaar en een aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bleef het oordeel dat geen sprake was van verlies aan verdiencapaciteit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat een GGD-onderzoek uit 2011 aantoont dat zij niet duurzaam en structureel inzetbaar is. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het GGD-rapport geen aanleiding geeft om te twijfelen aan de juistheid van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die door het UWV is opgesteld.
De Raad benadrukt dat alleen de situatie op de peildatum 21 juli 2010 relevant is en dat latere verslechteringen niet in aanmerking worden genomen. De geselecteerde functies zijn terecht geschikt geacht. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.